Dossier V: Zijn er grenzen aan toezicht op de markt?

In zekere zin bemoeit iedereen zich met de economie, vanuit verschillende hoedanigheden, of dat nou vanuit persoonlijk of gemeenschappelijk oogpunt is. Neem het onderwerp ‘gezonde voeding’.

Ik vraag me af of er biologisch voedsel verkijgbaar is. De CEO van Ahold vraagt zich af of er genoeg vraag naar biologisch voedsel is, en of het rendabel te vermarkten is. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vraagt zich af of er door middel van keurmerken of regelgeving gewerkt kan worden aan het stimuleren van de biologische markt.

Toezicht vindt plaats door alle actoren en op allerlei momenten. De Keuringsdienst van Waarde (NTR) onderzoekt hoe voedsel wordt geproduceerd: willen we eigenlijk wel wat er gebeurt? De Voedsel en Waren Autoriteit controleert of producenten zich aan de gestelde regels houden: gebeurt er wat we willen? Consumentenorganisaties, non-profitorganisaties en lobbyisten zien toe op ‘wat we willen’ en oefenen invloed uit op het reguleren van bepaalde normen.

Macht vindt haar weg in formele en informele structuren. In dit dossier stellen wij de effectiviteit van toezicht aan de orde. Gebeurt er wat we willen? Willen we wat er gebeurt? We weten dat soms maatschappelijke of technologische ontwikkelingen zo snel gaan, dat democratische, bureaucratische en praktische processen te lang kunnen duren om effectief te zijn in de bestrijding van ongewenste (neven)effecten. En als deze formele structuren niet effectief blijken, in hoeverre zijn de informele structuren dat dan wel? Kunnen we wel vertrouwen op de morele toets van mensen, organisatiesen bedrijven buiten overheidswege om?

Heb je ook een bijdrage aan dit dossier? Mail dan naar info@triaseconomica.nl.