Schaars asfalt

Lekker doorrijden! Door de voorgaande kabinetten is flink geïnvesteerd in asfalt in Nederland. Zo werd onder andere de A2 flink verbreed, van twee keer drie- naar twee keer vijfbaans tussen Amsterdam en Utrecht. Dit heeft tot gevolg dat het lekker rustig is op één van de belangrijkste verkeersaders van Nederland. Of je nou in de spits rijdt of midden in de nacht.

Een manier om het fileprobleem te vertalen is door te zeggen dat er een tekort is aan asfalt ten opzichte van het aantal auto’s dat er rond rijdt. Of er zijn te veel auto’s voor de hoeveelheid asfalt die we hebben neergelegd. Het is maar hoe je het bekijkt. Asfalt is schaars.

Schaarste is een verschijnsel waar we eigenlijk een beetje een hekel aan hebben. Het betekent dat we te weinig van iets hebben, terwijl we ons het liefst wentelen in overvloed. Even afgezien van de keukentafelwijsheid dat je zonder schaarste niet kunt genieten van overvloed en dat juist de balans tussen het tekort en het overvloedige ons gelukkig maakt, is schaarste een verschijnsel waarvoor we juist streven naar het opheffen ervan.

En dat opheffen is ook mogelijk ten aanzien van bepaalde categorieën goederen. Neem voedsel: als we maar voldoende innoveren op het gebied van landbouw dan zou iedereen toch voldoende te eten moeten hebben? En van eten heb je op een gegeven moment simpelweg genoeg. Het is dus niet zo dat de vraag het aanbod altijd weer inhaalt. Dit voorzag ook John Maynard Keynes in zijn artikel Economic Possibilities for Our Grandchildren  uit 1930. Over 100 jaar (dus in 2030) zou het economische probleem opgelost moeten zijn. Met het economische probleem doelde hij op onze struggle for subsistence. Goederen waarvan we voor ons bestaan afhankelijk zijn, ons dagelijks brood, zouden in overvloed aanwezig moeten zijn. Een mooi vooruitzicht.

Voor een ander type goederen, is het onmogelijk om de schaarste op te heffen. Dit zijn de zogenaamde positionele goederen. Dit is een term van de Engelse econoom Fred Hirsch, die dit in zijn boek Social Limits of Growth al in de jaren ’70 signaleerde. Positionele goederen zijn die goederen waarvan de schaarste niet op te heffen is doordat ze hun waarde ontlenen aan het feit dat iemand anders het niet (of er minder van) heeft. Een vooruitgang ten aanzien van een positioneel goed is een zero-sum game. Dat wil zeggen dat mijn gewonnen nut ten koste gaat van het nut van de ander. Het nut dat ik ervaar door naar een niet-toeristische plek op vakantie te gaan gaat achteruit als anderen daar ook hun vakantie doorbrengen. Of het dure horloge dat ik om mijn pols zou willen dragen wordt steeds minder waardevol als anderen hetzelfde horloge aanschaffen, omdat exclusiviteit een rol speelt in mijn waardering voor het goed.

Ook voor asfalt geldt iets dergelijks. Het nut van asfalt neemt voor mij af op het moment dat anderen ook asfalt gaan gebruiken. Maar, zou je zeggen, hier zit wel een schaarsteplafond. Weggebruikers hebben een bepaalde reisbehoefte, en als je al die reisbehoeften bij elkaar optelt, krijg je een bepaalde asfaltvraag. Door simpelweg voldoende asfalt neer te leggen, kan iedereen netjes naast elkaar de weg gebruiken. De schaarste is op te heffen en in die zin gedraagt asfalt zich niet als een standaard positioneel goed.

Dit is echter niet het geval volgens de vervoerseconoom Geurt Hupkes. Hij beschreef in 1977 de BReVer-wet, de wet behoud van reistijd en verplaatsing. Volgens deze wet besteden mensen een vast gedeelte van hun tijd (70-90 minuten per dag) aan verplaatsing. Als er meer infrastructurele voorzieningen zijn, gaan zij verder reizen, in plaats van korter reizen. Als deze wet stand houdt, zou de A2 weer vol moeten lopen doordat meer mensen verder weg van hun werk gaan wonen. Dit stabiliseert pas als er weer files ontstaan. En zo wordt de schaarste ten aanzien van het asfalt nooit opgeheven.

Het rijdt in ieder geval wel lekker door die A2. Nu nog wel…