Internationale belastingplanning (6/6) – Romney’s antwoord

In een column van een paar weken terug in deze serie over belastingvermijding schreef ik over de problemen die Mitt Romney tijdens zijn campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen was tegengekomen rondom zijn belastinggedrag. Het campagneteam van Barack Obama had Romney verleid om zijn belastingaangiftes openbaar te maken. Nu is belasting betalen niet de grootste hobby van de Amerikanen, en wordt het nou niet direct als een deugd gezien om eens even flink wat geld naar de federale overheid over te maken, maar het campagneteam van Obama rook natuurlijk bloed. In tijden van een oplopende staatsschuld, grote werkeloosheid, en een dreigende fiscal cliff was het voor hun campagne zeer aantrekkelijk om te laten zien dat Romney zelf nauwelijks belasting betaalde. Het magische getal dat uiteindelijk op tafel kwam, was 14%. Romney had over zijn inkomen in 2010 (bijna 22 miljoen dollar) 14% belasting betaald.

Het verweer uit de hoek van Romney tegen de constante verwijten van Obama was tweeledig. Het eerste argument was tekenend voor de houding die veel Amerikanen ten opzichte van het betalen van belasting hebben, het tweede argument was op zijn minst opmerkelijk te noemen.

Veel Republikeinse aanhangers maakten gehakt van de slogan van Obama’s campagneteam: “In 2010 Mitt Romney paid 13 percent in taxes, probably less than you!”. In Amerika betaalt de onderste 40% van belastingbetalers geen belasting en is het effectieve tarief voor de mensen met een inkomen tussen de 100.000 en 200.000 dollar rond de 12%, volgens een rapport van ‘The Tax Foundation’. Amerikanen blijken dus al snel het gevoel te hebben dat ze heel veel belasting betalen, gezien de commotie over de belastingplicht van Mitt Romney. Maar voor 97% van de Amerikanen ligt hun effectieve tarief lager dan dat van Romney.

Het verweer vanuit het kamp Romney zelf ging als volgt: ja, Romney had dan heel veel geld verdiend, en misschien niet zo heel veel belasting betaald, maar hij had wel 3 miljoen dollar aan het goede doel geschonken. En die giften zijn aftrekbaar. Dus daarom had hij niet zo veel belasting betaald. Die giften opgeteld bij de 3 miljoen die hij al betaald had, had Romney in totaal 6 miljoen dollar bijgedragen aan ‘de goede zaak’.

Door giften aan goede doelen aftrekbaar te maken wordt het geven aan die goede doelen gestimuleerd, op zich natuurlijk een goede zaak. Maar het geld dat de Amerikaanse fiscus daarmee misloopt wordt natuurlijk niet op democratische manier besteed. Het wordt besteed aan de goede doelen die door de gulle gevers worden uitgezocht. Zolang de lijst met goede doelen wordt samengesteld door de overheid lijkt er toch niet zo veel aan de hand.

Maar een belangrijke taak van de overheid verdwijnt wel, namelijk dat de overheid ook prioriteiten moet stellen. Is het belangrijker dat er geld gaat naar ontwikkelingssamenwerking of naar studentenhuisvesting? Willen we meer geld voor onderzoek naar kanker of voor onderzoek naar autisme? Dit zijn vragen waar de overheid een antwoord op moet formuleren, en waar de overheid democratisch voor gelegitimeerd is.

Zodra er mensen zijn die een gedeelte van hun inkomsten weggeven, hoeven ze daar geen belasting over te betalen en wordt dat geld dus op minder democratische wijze besteed. Als dit om kleine bedragen gaat zullen al deze bedragen bij elkaar een aardige afspiegeling vormen van de voorkeuren van het volk. In Nederland is dit het geval, omdat de aftrekbaarheid van giften aan een maximum is gebonden. In de VS bestaat echter geen maximale aftrek, met als gevolg dat de overheidstaak van prioriteitenstelling verdwijnt. Een situatie die verdacht veel gaat lijken op het reeds afgeschafte censuskiesrecht, waarbij de stem van een belastingbetaler zwaarder telt dan die van iemand die geen belasting betaalt. De goede zaak wordt weliswaar gediend, maar wel op de manier zoals Mitt Romney  die voor ogen heeft.