Internationale belastingplanning (4/6) – naar een hogere (wereld)belastingopbrengst

In onze vorige blogs over belastingvermijding op deze site, naar aanleiding van de commotie die ontstaan was over de belastingmoraal die internationale ondernemingen zoals Apple, Starbucks en Amazon er op na houden, wierpen we de vraag op of internationale belastingsamenwerking niet beter is dan de huidige fiscale race to the bottom. Dit hangt er natuurlijk maar vanaf vanuit welk perspectief je het bekijkt. Er zijn natuurlijk winnaars en verliezers bij de huidige status quo.

De winnaars zijn de belastingparadijzen. Zo pikt de Nederlandse fiscus een graantje mee, en zijn er heel wat eilanden in de Caraïben waar een groot deel van de economie draait op het ontbreken van een belastingplicht. Zo bevindt zich op de Kaaimaneilanden één van de grootste financiële centra van de wereld met daarbij horend personeel. De Kaaimaneilanden hebben een BNP per hoofd van de bevolking van bijna 44.000 dollar. De overheid op de Kaaimaneilanden bedruipt zich slechts met indirecte belastingen (importheffingen). Zo zijn er heel wat belastingparadijzen die economisch gezien profiteren van de organisaties en het personeel van internationale ondernemingen die hun winsten in die landen laten neerslaan.

Als we de Engelse onderzoekscommissie mogen geloven die de belastingmoraal van Starbucks, Amazon en Google onder de loep nam, is in ieder geval de Engelse burger een grote verliezer in het spel. Een bedrijf als Starbucks heeft in Engeland bijna 800 vestigingen en 7000 medewerkers, maar betaalt dankzij de internationale belastingconstructies geen vennootschapsbelasting omdat er geen winst gemaakt wordt. Nu blijft Starbucks natuurlijk goed voor een aardige smak omzetbelasting die ten goede komt aan de Engelse schatkist, maar dat het geen vennootschapsbelasting betaalt en toch gebruik maakt van alle voorzieningen die de Engelse overheid garandeert, ontlokte een parlementariër in de onderzoekscommissie de kwalificatie ‘immoreel’. Een rekensommetje op basis van het jaarverslag leert dat Starbucks in het Verenigd Koninkrijk een slordige 100 miljoen winst moet kunnen maken, waarover de Britse belastingdienst 24% belasting zou kunnen heffen.

Hetzelfde probleem, maar schrijnender, speelt in ontwikkelingslanden. Westerse bedrijven maken er gebruik van goedkope arbeidskrachten, van de infrastructuur en andere voorzieningen en verwerken lokale grondstoffen, maar betalen vaak weinig belasting. De schattingen van de misgelopen belastinginkomsten in ontwikkelingslanden lopen uiteen van 50 miljard dollar per jaar tot 150 miljard dollar per jaar. (zie Clemens Fuest and Nadine Riedel, 2009; rapport voor het Britse Ministerie van ontwikkelingssamenwerking) Geld dat ze daar goed kunnen gebruiken, mits het niet in verkeerde handen valt natuurlijk…

Maar met name als je naar de problematiek kijkt vanuit internationaal perspectief zou er voor samenwerking veel te zeggen zijn. De grootste verliezer is misschien wel de internationale gemeenschap als geheel. Die loopt doordat het deze routes toelaat immers heel wat belastinginkomsten mis. De totale koek aan belastingopbrengsten zou dus vele malen groter kunnen zijn. Door off-shore belastingconstructies verdampen er veel potentiele belastingopbrengsten die de internationale gemeenschap als geheel ten goede kunnen komen.

Hebben we het over een groot probleem? Hoeveel inkomsten zien de landen met minder gunstige belastingregels verdampen naar belastingparadijzen? Om een beeld te krijgen: in een rapport van het International Tax Justice Network wordt berekend dat het verschil tussen formele belastingplicht en morele belastingplicht van alle bedrijven in het Verenigd Koninkrijk zo’n 10 miljard pond per jaar bedroeg (in het jaar 2004). En om af te sluiten met een flauwe vergelijking: de Wereldbank schat in dat er jaarlijks 40-60 miljard dollar nodig is om de Millennium Goals te bereiken. Die zouden dan toch aardig binnen handbereik moeten komen.