Internationale belastingplanning (3/6) – een (belasting)markt van landen?

Zou internationale belastingsamenwerking niet veel beter zijn dan internationale belastingconcurrentie? Als je de verontwaardiging die opstijgt uit de verslagen van de Britse Lagerhuiscommissie die grote bedrijven zoals Amazon en Starbucks aan de tand voelde over hun belastingmoraal, serieus neemt, zou je denken dat dat de communis opinio is. Internationale belastingsamenwerking in plaats van internationale belastingconcurrentie zou dit soort bedrijven de wind uit  de zeilen nemen. Elk land kan dan eenzelfde en voldoende solide tarief heffen, waardoor elke vorm van internationale belastingplanning overbodig wordt. Waarom is deze samenwerking er dan niet? Daar zijn verschillende redenen voor, in deze column licht ik er drie uit.

Een eerste belangrijke reden is  een gebrek aan vertrouwen in de internationale arena, zeker als geld het thema is waarop samengewerkt moet worden. Dit gebrek aan vertrouwen ligt voor de hand bij grote verschillen in politieke en culturele achtergronden. Het is moeilijk voorstelbaar dat China, de VS, Rusland en Israël, bijvoorbeeld, het eens zullen worden over één tarief. Maar ook al zouden ze het daar over eens worden, dan zullen landen het niet gauw eens worden over één en dezelfde grondslag en dat is belangrijk, want de belastingdruk wordt bepaald door enerzijds het tarief en anderzijds de grondslag. Nederland is bijvoorbeeld een belastingparadijs ondanks dat het tarief voor de vennootschapsbelasting met 25% internationaal goed in de pas loopt. Het is de grondslag verkleinende deelnemingsvrijstelling die ons land voor buitenlandse partijen een ware tax haven maakt.

Voor dit gebrek aan vertrouwen is er in theorie een oplossing, namelijk krachtige internationale verdragen die door een krachtige internationale organisatie worden afgedwongen. Een eerste stap op weg naar een echte wereldregering? Ondenkbaar! De wereld is ver verwijderd van een systeem waarbij landen nog verder soevereiniteit, laat staan belastingsoevereiniteit, zullen overdragen aan een internationale organisatie. De historisch zwakke positie van de VN illustreert dit.

Een tweede reden is dat binnen het neo-liberale denken, dat de wereld sinds enkele decennia lijkt te beheersen, de vorming van een soort belastingregering ook volstrekt ondenkbaar is. In de eerste plaats, omdat dit meer overheid in de hand werkt, immers de doelstelling is meer belasting te kunnen heffen die ook weer uitgegeven moet worden.  Maar, daarnaast, geldt ook een meer principieel punt vanuit deze hoek. Het is juist goed dat ook landen met elkaar in (belasting)concurrentie moeten treden en door de toenemende globalisering en mobiliteit van ondernemingen onder het systeem van de vrije markt  zijn gebracht.  Is internationale belastingsamenwerking niet ook gelijk te stellen met de in de vrije markt verfoeide kartelvorming? Als internationale bedrijven niet bereid zijn de tarieven die landen rekenen voor hun infrastructuur te betalen, dan zullen die landen wel te duur zijn, toch? En blijkbaar kunnen die bedrijven in andere landen de benodigde infrastructuur vinden tegen een lagere prijs. Prima toch?

Een argument hiertegen is dat internationale belastingplanning parasitair handelen is, want bedrijven zoeken economische zones op waar forse koopkracht is  ontstaan, niet in de laatste plaats doordat de overheden een aanzienlijke rol hebben gehad in de totstandkoming van die koopkracht. De belastingen zou je dan als een prijs op die koopkracht en daarmee de winstmogelijkheden voor bedrijven in zo’n land kunnen zien. Internationale bedrijven willen echter niet bijdragen in de kosten van het opbouwen en in stand houden van zo’n land met een hoge koopkracht, maar zoeken de belastingluwte op bij doorgaans kleinere landen, die met relatief lage kosten voor hun infrastructuur een internationaal zeer concurrerend belastingtarief kunnen bieden.

En hiermee kom ik op het derde argument waardoor internationale belastingsamenwerking niet gauw van de grond zal komen. Want wat gebeurt er met de lokale economieën van eilanden als bijvoorbeeld Curacao, Guernsey of de Kaaimaneilanden als internationale belastingsamenwerking tot het einde van  hun financiële off-shore voorzieningen zou leiden? Waarom zouden deze landen hun tarieven verhogen en met welk recht zou de internationale gemeenschap een kartel mogen vormen om deze landen uit te sluiten van een deel van de economische koek die de tax havens binnen weten te halen door financiële en juridische deskundigheid te koppelen aan een efficiënt laag belastingtarief? En naar welke landen zou die extra belastingopbrengst dan gaan? Inderdaad, naar de rijke landen, want daar maken de bedrijven de hoogste belastbare winsten. Internationale belastingsamenwerking zal er alleen toe leiden dat rijke landen rijker worden en kleine efficiënte landen een belangrijke bron van inkomsten zullen zien verdampen. Het zou het einde zijn van het op wereldniveau nivellerende effect van internationale belastingplanning. Daar mogen de verontwaardigde Lagerhuisleden ook best even bij stil staan.